Wat is de betekenis van MPN ?

Myeloproliferatieve neoplasmata of MPN zijn een groep zeldzame aandoeningen van het beenmerg die een toename van het aantal bloedcellen veroorzaken.

  • Myelo = tot het been of ruggenmerg behorend
  • Proliferatie = de vermenigvuldiging van cellen
  • Neoplasma = een abnormale groei van cellen

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) classificeert alle myeloproliferatieve neoplasmata als bloedkankers. Dat komt doordat het beenmerg ongecontroleerd bloedcellen produceert. Maar veel mensen met een MPN voelen zich redelijk goed en hebben een vrij normale levensverwachting mits een goede behandeling. Andere MPN-patiënten ervaren veel ongemakken en bijwerkingen van de medicatie. De aandoeningen ontwikkelen zich vaak langzaam en vorderen langzaam. Of ze kunnen een tijdje stabiel blijven. Bij sommige patiënten wordt een stamceltransplantatie uitgevoerd als medicatie niet meer voldoet. MPN is een zeldzame chronische aandoening en wordt geschat op ± 700 per 1.000.000 mensen. (bron: kankerregister)

MPN is de verzamelnaam voor 3 verschillende aandoeningen:

ET

Essentiële Trombocytemie

PV

Polycythemia Vera

MF

Myelofibrose

Je kreeg de diagnose Essentiële trombocytose of Essentiële trombocytemie (ET)

Betekenis ET

Als je deze diagnose kreeg, dan heb je een teveel aan bloedplaatjes (trombocyten) in je bloed waardoor je een verhoogde kans hebt op bloedstolsels (trombose) in je aders of slagaders. Bij ET-patiënten vindt er in het beenmerg een woekering plaats van de voorlopercellen ( megakaryocyten) waaruit de bloedplaatjes worden gevormd.

Diagnose ET

Na bloedonderzoek en een beenmergpunctie wordt vaak de oorzaak van die ongecontroleerde deling gevonden en toegeschreven aan gemuteerde cellen. De mutatie die het meest voorkomt is de Jak2 V617F-mutatie. Deze mutatie werd pas ontdekt in 2005 en komt bij ongeveer 60% van de ET-patiënten voor. Bij andere patiënten wordt een CALR-mutatie gevonden (bij 25 à 30%) of minder frequent de MPL-mutatie. Bij nog een minderheid van ET-patiënten wordt er geen mutatie gevonden en dan ben je dus triple-negatief.

Bloedplaatjes doen het bloed stollen als je inwendig of uitwendig bloed verliest, bijvoorbeeld bij een wonde. Als het aantal bloedplaatjes erg hoog is, vermindert het zijn functie van stolling en kan de kans op bloedingen toenemen.

Klachten en symptomen van ET

De meest voorkomende symptomen zijn:

  • Vermoeidheid (meest voorkomend)
  • Hoofdpijn
  • Tintelingen in handen/ voeten
  • Concentratiestoornissen
  • Verhoogde bloedingsneiging
  • Oorsuizen
  • Duizeligheid
  • Nachtzweten
  • Botpijn

Veel patiënten hebben jarenlang geen symptomen en vaak wordt de ziekte toevallig ontdekt bij een bloedonderzoek, of bij klachten als vermoeidheid of algemene malaise. Bij andere patiënten wordt de ziekte vastgesteld na een trombose of TIA (Transient Ischemic Attack: een tijdelijke afsluiting van een hersenvat).

Prognose

ET-patiënten hebben - als zij goed door een hematoloog worden opgevolgd - een vrijwel normale levensverwachting. Belangrijk is ook dat de bloeddruk en de cholesterolwaarden onder controle worden gehouden om tromboses te vermijden.

Mogelijke complicaties bij ET:

  • Vergroot risico op trombose en beroerte
  • Longembolie
  • Tia’s (korte neurologische uitvalsverschijnselen)
  • Risico op bloedingen
  • Vergrote milt en lever
  • Op lange termijn en in zeldzame gevallen kan de ziekte evolueren naar myelofibrose (MF) of acute myeloïde leukemie (AML)

Behandeling en medicatie

Asaflow® of Aspirine®: De meeste ET-patiënten worden behandeld van zodra de diagnose gesteld wordt met trombose-aggregatieremmers (beter bekend als bloedverdunners). Deze middelen zorgen ervoor dat de bloedplaatjes minder samenklonteren en zo vermindert de kans op trombose.

Celgroeiremmende middelen:

Hydroxycarbamide: Hydrea® is een lichte vorm van chemotherapie in de vorm van capsules. De nevenwerkingen van Hydrea® worden door patiënten verschillend ervaren en hangen ook sterk af van de dosering. Dat kan gaan van helemaal geen ongemakken, lichte misselijkheid of hoofdpijn, ‘fogged mind’ tot het ontwikkelen van zweren en huidkanker. Huidkanker manifesteert zich meestal enkel na jarenlang gebruik, en ook lang niet bij alle patiënten. Vaak wordt pas met Hydrea® gestart als je bloedplaatjes te hoog oplopen of als je een trombose geschiedenis hebt of als je de leeftijd van 60 jaar hebt bereikt waarbij omwille van de leeftijd de kans op een trombose verhoogd is, maar ook dat verschilt van patiënt tot patiënt.

Anagrelide: Xagrid® (generiek: Atremia) wordt in 2de lijn voorgeschreven als Hydrea® niet voldoet of niet wordt verdragen door de patiënt. Dit middel verlaagt het aantal bloedplaatjes dat door het beenmerg wordt geproduceerd. De meest voorkomende bijwerkingen zijn hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid, hartkloppingen… De ernst van de bijwerkingen is zeer individueel waarbij sommigen geen hinder van bijwerkingen ondervinden.

Patiënten kunnen bijwerkingen van geneesmiddelen online melden aan het FAGG (Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten)

Je kreeg de diagnose POLYCYTHEMIA VERA of PV

Betekenis PV

Polycythemia vera (PV) is een myeloproliferatieve neoplasie (MPN) die wordt gekenmerkt door een overproductie van rode bloedcellen in het beenmerg. Het teveel aan rode bloedcellen wordt in het bloed gezien door een stijging van het hemoglobine of hematocriet (volumepercentage van hemoglobine t.o.v. het totale bloedvolume, 45% tot 52% voor mannen en 37% tot 48% voor vrouwen). Door een te hoog hematocriet is je bloed stroperig en ontstaat er een hoger risico op bloedstolsels in de aders of slagaders. Je hebt daardoor een verhoogde kans op een hersentrombose of hartinfarct.

PV-patiënten kunnen complicaties ontwikkelen, zoals AML (acute myeloïde leukemie), myelofibrose (abnormale littekenvorming in het beenmerg) en trombocytose (een overproductie van bloedplaatjes).

Diagnose PV

De diagnose van PV wordt gesteld door een bloedonderzoek en/of een beenmergpunctie, waarbij op het JAK2-gen wordt getest.

De meeste PV-patiënten hebben een mutatie in het JAK2-gen, de JAK2V617F-mutatie. Hoewel deze mutatie niet erfelijk is, zijn er heel zeldzame gevallen beschreven waarbij de ziekte of een andere MPN in dezelfde familie voorkomt.

Bij 95% van de PV-patiënten komt de V617F JAK2 mutatie voor. 2 à 3% vertonen de JAK2 exon 12 mutatie en bij een heel kleine groep PV-patiënten wordt geen mutatie gevonden.

Prognose

PV is een zeldzame bloedziekte die met de juiste behandeling en opvolging een normale levensverwachting mogelijk maakt, maar bij sommigen is de kwaliteit van leven verminderd.

Klachten en symptomen van PV

De meest voorkomende symptomen van PV zijn:

  • Vermoeidheid (dit is vaak het eerste signaal)
  • Concentratiestoornissen en geheugenproblemen
  • Hoofdpijn
  • Botpijnen
  • Jeuk (vaak na het douchen)
  • Tintelingen in handen of voeten
  • Nachtzweten
  • Oorsuizen
  • Lichtflikkeringen voor de ogen

Lang niet iedere PV-patiënt kampt met deze symptomen maar vaak worstelt de patiënt met één of meerdere van deze symptomen en klopt hiermee aan bij de huisarts. Een bloedonderzoek brengt de ziekte aan het licht.

Mogelijke complicaties bij PV:

  • Vergroot risico op trombose en beroerte
  • Risico op bloedingen
  • Vergrote milt en lever
  • Op lange termijn en in zeldzame gevallen kan de ziekte evolueren naar myelofibrose (MF) of acute myeloïde leukemie (AML)

Behandeling en medicatie

De behandeling van PV richt zich op het verminderen van het risico op complicaties, zoals bloedstolsels en het verbeteren van de kwaliteit van leven van de patiënt. Patiënten worden levenslang opgevolgd door een hematoloog om de ziekte en eventuele complicaties op te volgen en de behandeling indien nodig aan te passen.

De meest voorkomende behandelingen bij PV:

  • Een lage dosis aspirine (Asaflow® of Cardioaspirine®): vrijwel elke PV-patiënt wordt levenslang behandeld van zodra de diagnose gesteld wordt met trombose-aggregatieremmers (bloedverdunners in de volksmond). Deze middelen zorgen ervoor dat de bloedplaatjes minder samenklonteren en doen zo de kans op een trombose afnemen.
  • Aderlaten (flebotomie): Er wordt een hoeveelheid bloed afgenomen waardoor het aantal rode bloedcellen afneemt en het hematocriet daalt. Hierdoor neemt de stroperigheid van het bloed af en daalt ook het risico op trombose of andere complicaties. Aderlatingen (flebotomie) verminderen de ijzervoorraad van de patiënt en vermits ijzer een bouwsteen is van hemoglobine, daalt hierdoor het hematocriet en het aantal rode bloedcellen. De frequentie van het aderlaten is anders voor elke patiënt en is afhankelijk van de bloedwaarden. Een aderlating kan voor de ene patiënt een verlichting geven terwijl andere patiënten zich net minder fit voelen.
  • Celgroeiremmende middelen: Indien aderlaten niet meer volstaat of het risico op een trombose te groot is, eens je een trombose hebt gehad of als je ouder bent dan 60, wordt meestal gestart met celgroeiremmende middelen. Het meest voorgeschreven middel is Hydrea® (hydroxycarbamide). Hydrea® is een lichte vorm van chemotherapie en wordt oraal ingenomen in de vorm van capsules. De nevenwerkingen van Hydrea® worden door patiënten verschillend ervaren en hangen ook af van de dosering. Dat kan gaan van helemaal geen ongemakken, lichte misselijkheid of hoofdpijn, ‘fogged mind’ tot het ontwikkelen van zweren en huidkanker, dit laatste meestal na jarenlang gebruik.
  • Jakavi® (ruxolitinib) is een stof die de aanmaak van het Jak2-eiwit remt en eveneens de milt kan doen verkleinen. Patiënten kunnen onder andere de volgende bijwerkingen ervaren: hoofdpijn, duizeligheid, gewichtstoename en cholesterol toename. Bij sommige patiënten zijn nevenwerkingen afwezig. Een PV-patiënt wordt meestal pas met Jakavi® behandeld als Hydrea® niet meer voldoet of als een vergrote milt werd vastgesteld.
  • Patiënten kunnen bijwerkingen van geneesmiddelen online melden aan het FAGG (Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten)

Je kreeg de diagnose Myelofribrose (MF)

Betekenis MF

Als je deze diagnose kreeg, dan wordt je beenmerg vervangen door littekenweefsel. Beenmerg dient voor de aanmaak van rode of witte bloedlichaampjes of bloedplaatjes. Maar als het vervangen wordt door bindweefsel of littekenweefsel, dan kan het deze functie niet meer vervullen. MF kan als een nieuwe ziekte ontstaan en heet dan primaire myelofibrose (PMF). MF kan ook ontstaan uit een voorafbestaande PV (Polycythemia Vera) of ET (Essentiele Trombocytose).

Prognose en symptomen kunnen erg verschillen tussen patiënten. Naarmate de vorming van bloedcellen in het beenmerg vermindert, kan de milt deze functie trachten over te nemen. Dat leidt tot bloedarmoede, maar ook tot een vergrote milt.

Stamcellen zijn aanwezig in het beenmerg, en kunnen evolueren naar rijpe rode bloedcellen of bloedplaatjes. De aanmaak van rode bloedcellen of bloedplaatjes wordt gecontroleerd door signaalstoffen. Bij MF-patiënten is deze controle verstoord. De JAK2-mutatie, maar ook andere mutaties kunnen hierin een rol spelen.

Ongeveer 50% van de MF-patiënten heeft de JAK2-mutatie, die ook voorkomt bij PV- en ET-patiënten. Maar ook andere mutaties komen voor: 25 à 30% van de MF-patiënten hebben de CALR-mutatie en bij een kleinere groep wordt de MPL-mutatie vastgesteld. Het is ook mogelijk dat geen enkel van de 3 mutaties voorkomt en dan spreekt men van ‘triple negatieve’ MF-patiënten. MF, zoals de andere MPN’s, wordt tijdens het leven verworven. Deze ziekten zijn niet erfelijk maar er zijn wel heel zeldzame families waar ze meer voorkomen.

Klachten en symptomen van MF

MF geeft in begin niet noodzakelijk veel klachten, veel voorkomende symptomen zijn:

  • Vermoeidheid en bloedarmoede (anemie)
  • Nachtelijk hevig zweten
  • Vermagering en verminderde eetlust
  • Jeuk
  • Botpijnen
  • Onverklaarde koorts
  • Buikklachten door te grote milt

Symptomen bij een gevorderde MF:

  • Bleekheid en vermoeidheid door bloedarmoede (anemie)
  • Sterk vergrote milt, die op zijn beurt weer zorgt voor:
    • een vol gevoel na het eten door druk op de maag
    • een drukkend en opgeblazen gevoel in de bovenbuik
    • gewichtsverlies, vermagering, vermoeidheid, nachtzweten en koortsachtige verschijnselen
    • diarree
    • vochtvorming in de voeten en rond de enkels (oedeem)
    • miltinfarct

Behandeling en medicatie

  • In de beginfase van MF wordt om het risico op trombose te verminderen acetylsalicylzuur (Aspirine®) voorgeschreven.
  • Als je bloedplaatjes en witte bloedcellen heel hoog zijn word je behandeld met celgroeiremmende middelen: hydroxycarbamide (Hydrea®) of Ruxolitinib (Jakavi®).
  • Bij bloedarmoede kunnen bloedtransfusies of EPO toegediend worden.
  • Bij een stamceltransplantatie wordt het zieke beenmerg vervangen door stamcellen van een donor. Dit is tot op vandaag de enige behandeling die voor MF-patiënten genezend kan zijn, maar kan enkel uitgevoerd worden als de patiënt jonger is dan 65 à 70 jaar (afhankelijk van de algemene conditie) en als er geen andere verwikkelingen zijn. Uiteraard moet een mogelijke indicatie voor een stamceltransplantatie uitgebreid besproken worden met uw behandelend hematoloog.

Patiënten kunnen bijwerkingen van geneesmiddelen online melden aan het FAGG (Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten)